Alsoo het Godt de Heer gelieft om de sonde des volckxs haer met plaegen en straffen rechtverdighlijck thuijs te soecken, en onder anderen ons aentast met hooghwaters noode en onvruchtbaeren jaeren, waer door het landt beswaert wordt met dijcken en molens, en dien volgens de lasten groot, soo dat de landerijen wijnigh opbrengen, de kercke hier meer en meer ten achteren reacken, en niet machtigh om haer selven te onderhouden.
Soo ist dat wij Heemraden en kerckenraden tot Andel met gemijnen toestemmingh hebben geresolveert de kercke alhier te leenen tot betalingh van [haer (doorgehaald)] eenige schulden de som[ma] van 150 Car. gl. dien de kercke soo Godt den Heere het landt weder gelieft te segenen, en de kercken wederom wat mochte bekomen, sullen aen de diaconie alhier hebben den de somma voornoemt te restitueren, en tot een teecken dat dit is gedaen met onser aller toestemmingh hebben wij dit met ons eijgen ha[n]dt onderteeckent, welce 150 gl. sijn genomen van de 435-7-1 die bij dese rekeningh waeren overgeschooten en berusten in de armekist.
Soo dat in de kist noch blijft de somma van tweehondert vijfentachgentich gl. seven st. thien penn., segge 285-7-10.
Actum Andel desen 5 feb. A[nn]o. 1664 |